Zoekresultaten

Zoekresultaat:
12 artikelen
x
Jaar 2018 x
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openHet schadefonds Van Vollenhoven

Hoe om te gaan met gedupeerden van acute overheidsmaatregelen ten behoeve van de gezondheid of veiligheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2018
Trefwoorden schadefonds, schadevergoeding, nadeelcompensatie, insolventie, onrechtmatige overheidsdaad
Auteurs Mr. C.N.J. Kortmann
  • Samenvatting

      Omwille van de veiligheid moet de overheid soms ingrijpende maatregelen nemen, zoals recent de schorsing van de Stint als toegelaten voertuig op de weg. Van Vollenhoven vindt dat goed, maar er zou volgens hem wel een fonds moeten zijn voor de gedupeerden van zo’n maatregel. Het is niet moeilijk dit voorstel te bekritiseren, maar bij nadere beschouwing kan zo’n fonds, mits goed opgezet, best meerwaarde hebben.

  • Auteursinformatie

    Mr. C.N.J. Kortmann

    Mr. C.N.J. Kortmann is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en is tevens verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Hoge Raad gooit wettelijke limiet overboord

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2018
Trefwoorden vervoerrecht, personenvervoer, aansprakelijkheidslimiet, redelijkheid en billijkheid, toetsing
Auteurs Mr. J.J. Kappert
  • Samenvatting

      De aansprakelijkheid van de vervoerder voor letsel van passagiers is wettelijk beperkt. Kan de redelijkheid en billijkheid in de weg staan aan een beroep op de aansprakelijkheidslimiet? Mag een rechter de limiet wel toetsen? Deze vragen staan centraal in een wonderbaarlijk arrest van 18 mei 2018.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.J. Kappert

    Mr. J.J. Kappert is werkzaam als advocaat bij Kappert Legal te Amersfoort.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
  • Samenvatting

      Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

      1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

      2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. W.J. Oostwouder

    Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

    Mr. R.P. Schrooten

    Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Contracteren
Over de grens

Het recht van verhaal van de eindverkoper: in Duitsland, in Nederland en in de toekomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden consumentenkoop, recht van verhaal, beknelde eindverkoper, regresrecht, voorschakel
Auteurs Mr. T.J.K. van Santen
  • Samenvatting

      Het recht van verhaal is in Nederland geregeld in artikel 7:25 BW en beoogt de beknelde eindverkoper te beschermen. Wanneer een consumentkoper zijn rechten jegens de eindverkoper heeft uitgeoefend, moet hij verhaal kunnen nemen op zijn voorschakel zodat hij niet met de aansprakelijkheid ‘blijft zitten’. De regeling beoogt dat de voor het gebrek verantwoordelijke partij uiteindelijk aansprakelijk is. Duitsland heeft op 1 januari 2018 enkele aanpassingen in het BGB doorgevoerd en ook het recht van verhaal aangepast.
      Door de aanstaande invoering van twee nieuwe richtlijnen zullen de rechten van de consumentkoper aanzienlijk worden versterkt. Ook deze richtlijnen voorzien in een recht van verhaal voor de eindverkoper. De nieuwe regeling is gelijk aan de huidige Europese regeling, die aan duidelijkheid te wensen overlaat. Hoe de regeling in de praktijk uitpakt, blijft ook in de toekomst ongewis. Het effectiviteitsbeginsel brengt mee dat bij de uitoefening van het recht van verhaal de consumentenrechten ook door de eindverkoper moeten kunnen worden ingeroepen.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.J.K. van Santen

    Mr. T.J.K. van Santen is senior jurist Contractueel bij DAS en doet een promotieonderzoek aan de Open Universiteit (promotoren T.H.M. van Wechem en J.G.J. Rinkes) naar het recht van verhaal als bedoeld in artikel 7:25 BW.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap

Access_openThird party litigation funding

De voordelen, aandachtspunten en aanbevelingen om risico’s te beheersen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden third party litigation funding, litigation funding, procesfinanciering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
  • Samenvatting

      Third party litigation funding (TPLF, of procesfinanciering door derden) is de rechtsverhouding waarbij een derde zich tegen een in het vooruitzicht gestelde beloning verplicht om een eiser in een civiele procedure of arbitrage van financiering te voorzien om de kosten van procederen te dekken. TPLF kan de toegang tot de rechter vergroten, de onderhandelingskracht vergroten, een preventief effect hebben en een one-shot player laten transformeren in een repeat player. Een deel van de bezwaren tegen procesfinanciering is ongefundeerd, of overdreven. Omdat procesfinanciers hoge eisen stellen aan de (ver)haalbaarheid, omvang en beperking van risico’s is het onwaarschijnlijk dat TPLF zal leiden tot een claimcultuur. TPLF zorgt wel voor een driepartijenverhouding, die mogelijk voor complicaties kan zorgen. Ook kan TPLF grote consequenties voor de gefinancierde hebben, zeker in een volledig ongereguleerde markt als de Nederlandse. Grotere partijen moeten over het algemeen worden geacht deze consequenties te kunnen overzien en daarop te kunnen anticiperen. Consumenten en kleinere partijen zouden echter meer bescherming behoeven. Een gedragscode kan hierbij behulpzaam zijn en helpen misstanden op voorhand te voorkomen. Als deze handschoen door procesfinanciers in Nederland wordt opgepakt, kan TPLF een nuttige bijdrage leveren aan de borging van de toegang tot het recht.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. A. van der Krans

    Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Uitwinning van pandrecht op aandelen – hoe staat het ermee?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden uitwinning, pandrecht op aandelen, beslag, Herstructurering, parate executie
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. S.C.P. Verhelst
  • Samenvatting

      Pandrechten op aandelen zijn veelvuldig onderdeel van het zekerhedenpakket dat aan financiers wordt verstrekt. De uitwinning van deze pandrechten lijkt relatief weinig voor te komen. De wettelijke regels daaromtrent zijn summier en de beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp is beperkt. Recentelijk zijn echter de Solutus-zaak (Rb. Amsterdam 19 juni 2016, JOR 2017/301 m.nt. P.H.N. Quist) en de Sawgrass-zaak (Rb. Amsterdam 10 oktober 2017, JOR 2018/75 m.nt. T. Hutten) gepubliceerd. Mede aan de hand van deze uitspraken zetten de auteurs uiteen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitwinning van een pandrecht op aandelen en hoe hieraan in de praktijk invulling wordt gegeven.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.N. Mwangi

    Mr. B.N. (Bianca) Mwangi is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

    Mr. S.C.P. Verhelst

    Mr. S. (Stéphanie) Verhelst is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Contracteren
Boilerplates etc.

Beëindigingsbedingen zijn helemaal het einde, of toch niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Opzegging, Ontbinding, Duurovereenkomst, Boilerplate, Ongedaanmakingsverbintenissen
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      Een veel gekozen boilerplateclausule in contracten is de beëindigingsclausule. Niet altijd wordt echter duidelijk gemaakt welke wijze van beëindiging partijen beogen: een vorm van ontbinding in de zin van artikel 6:265 BWof een bijzondere contractuele beëindigingsvorm? Auteurs bespreken de leerstukken van opzegging en ontbinding en bespreken in dat kader de voors en tegens van veel gekozen beëindigingsclausules.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. H.N. Schelhaas

    Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openEen redelijke uitkomst als leidraad voor afbakening van de Peeters/Gatzen-vordering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden insolventierecht, Peeters/Gatzen-vordering, schuldeisersbenadeling, Rosbeek-arrest, redelijkheidstoets
Auteurs Mr. P.J. Hooghoudt en Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh
  • Samenvatting

      De auteurs bespreken naar aanleiding van het recente Rosbeek-arrest enkele onduidelijkheden over de aard en reikwijdte van de Peeters/Gatzen-vordering en betogen dat een redelijkheidstoets wenselijk is als (deel)criterium of leidraad voor toekenning van instellingsbevoegdheid daarvan aan de curator.

  • Auteursinformatie

    Mr. P.J. Hooghoudt

    Mr. P.J. Hooghoudt is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

    Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh

    Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
  • Samenvatting

      De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
      Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
      Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
      Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Koning

    Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

    Mr. dr. H.H. de Vries

    Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Access_openFollow-on schadeclaims wegens schending van het mededingingsrecht: van law in the books naar law in action

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Kartelschade, Richtlijn schadeclaims wegens mededingingsinbreuken, Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving, Passing-on verweer, Voordeelstoerekening
Auteurs Mr. dr. R. Meijer
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaat de auteur in op een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van de private handhaving van het mededingingsrecht. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de nieuwe wettelijke bepalingen als gevolg van de implementatie van de richtlijn inzake schadeclaims wegens mededingingsinbreuken alsmede enkele noemenswaardige ontwikkelingen in de jurisprudentie op het gebied van kartelschade.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. R. Meijer

    Mr. dr. R. Meijer is advocaat te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure

Bespreking van het proefschrift van mr. F. Eikelboom

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Ondernemingskamer, art. 2:349a BW, onmiddellijke voorzieningen, enquêteprocedure
Auteurs Prof. mr. S.M. Bartman
  • Samenvatting

      Deze studie naar het ingrijpinstrumentarium van de Ondernemingskamer stemt tot nadenken over de (toekomstige) slagkracht van dit zo unieke rechtsinstituut in ons stelsel van ondernemingsrecht.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. S.M. Bartman

    Prof. mr. S.M. Bartman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut van Privaatrecht, Afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden en advocaat bij Bartman Company Law te Baambrugge.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid. Hoe diep kan een bestuurder vallen?

Bespreking van het proefschrift van mr. C.E.J.M. Hanegraaf

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden art. 2:11 BW, doorbraak, normatieve reikwijdte 2:11 BW, personele reikwijdte 2:11 BW, eerste- en tweedegraads bestuurder
Auteurs Mr. R.J. Laméris en Mr. S.C.M. van Thiel
  • Samenvatting

      Het proefschrift van Hanegraaf gaat over art. 2:11 BW, dat bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is. In deze bijdrage wordt het proefschrift besproken en van commentaar voorzien.

  • Auteursinformatie

    Mr. R.J. Laméris

    Mr. R.J. Laméris is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

    Mr. S.C.M. van Thiel

    Mr. S.C.M. van Thiel is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Interface Showing Amount