Zoekresultaten

Zoekresultaat:
66 artikelen
x
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Skanska, de onderneming en de laedens: gamechanger of buitencategorie?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden kartelschade, Skanska, ondernemingsbegrip, economische continuïteit, follow-on litigation
Auteurs Mr. S.L. Boersen en Mr. S. de Jong
  • Samenvatting

      Het Europese Hof van Justitie oordeelde in het Skanska-arrest van 14 maart 2019 dat de vraag wie aansprakelijk is voor de schade die is veroorzaakt door een kartelinbreuk wordt beantwoord aan de hand van het Unierechtelijke ondernemingsbegrip. In dit artikel wordt onderzocht wat de effecten zijn van dit oordeel.

  • Auteursinformatie

    Mr. S.L. Boersen

    Mr. S.L. Boersen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    Mr. S. de Jong

    Mr. S. de Jong is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Artikel

Access_openStrategisch procederen in het milieurecht: bestuursrechter en civiele rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Urgenda
Auteurs Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
  • Samenvatting

      Dit artikel gaat nader in op het strategisch procederen in het milieurecht en begint met een korte terreinverkenning. Aan de orde komt welke mogelijkheden al bestonden om vraagstukken aan de rechter voor te leggen en wat nu daadwerkelijk nieuw is. Vervolgens wordt bezien welke beperkte mogelijkheden de bestuursrechter heeft om zich over grote maatschappelijke vragen te uiten, en hoe de burgerlijke rechter met grote maatschappelijke vragen recent is omgegaan. Daarbij komen twee aandachtspunten van civiele procedures aan de orde. Deze leiden tot de conclusie dat het nog maar de vraag is of bereikte successen beklijven.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen

    Prof. mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam, bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van TO.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

De Hoge Raad over het recht op inzage van de patiënt in de medische analyse van een adviseur van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden artikel 843a Rv, artikel 35 Wbp, inzagerecht, medisch advies
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
  • Samenvatting

      Na door een patiënt aansprakelijk te zijn gesteld, heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, zonder medeweten van de patiënt, een radioloog geraadpleegd. Op grond van artikel 843a Rv vordert de patiënt bij het Hof Amsterdam inzage in de medische analyse van de radioloog, daarbij nadrukkelijk refererend aan het inzagerecht op grond van de Wbp. Het hof wijst de vordering af. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. De medische analyse van de radioloog betreft geen persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG. Op grond van de Wbp komt de patiënt daarom geen recht toe op inzage in de medische analyse.

  • Auteursinformatie

    Mr. ir. J.P.M. Simons

    Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
  • Samenvatting

      De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
      Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
      Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
      Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Koning

    Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

    Mr. dr. H.H. de Vries

    Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Contractuele informatierechten in overnamecontracten en aandeelhoudersovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Artikel 843a Rv, exhibitieplicht, informatierechten, overnamecontracten, aandeelhoudersovereenkomsten
Auteurs Mr. L.J.E. Timmer
  • Samenvatting

      Het Nederlandse rechtssysteem biedt partijen in het economisch verkeer handvatten om benodigde informatie boven tafel te krijgen, ook als deze zich bij een derde bevindt. Bij overnamecontracten kan worden gedacht aan artikel 843a Rv, dat een partij een grondslag biedt om in en buiten rechte kennis te nemen van een (schriftelijk bewijsmiddel) dat haar in beginsel wel bekend is, maar niet in haar bezit is. In vennootschapsrechtelijke verhoudingen is van belang het recht van de algemene vergadering op inlichtingen op grond van artikel 2:107/217 lid 2 BW.
      De wettelijke instrumenten bieden echter in veel gevallen onvoldoende houvast en rechtszekerheid. Om die reden is het bij een overnamecontract of aandeelhoudersovereenkomst in het belang van partijen om te voorzien in een heldere contractuele regeling die recht doet aan de feitelijke omstandigheden en de belangen van de betrokken partijen. Bij het opstellen van een dergelijke regeling dienen de betrokken juristen een balans te vinden tussen het belang van partijen op informatie, die zij op grond van de wet wellicht niet zouden kunnen verkrijgen, en het belang van de partij die de informatie zou moeten afstaan.

  • Auteursinformatie

    Mr. L.J.E. Timmer

    Mr. L.J.E. Timmer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht

Bespreking van het proefschrift van mr. V. Tweehuysen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden uniciteitsbeginsel, algemeenheid van goederen, rechtsobject, pandrecht, hypotheekrecht
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel
  • Samenvatting

      Valérie Tweehuysen heeft met Het uniciteitbeginsel in het goederenrecht een fraai proefschrift geschreven. Als het uniciteitsbeginsel – één goederenrechtelijk recht heeft slechts één rechtsobject – wordt losgelaten kan bijvoorbeeld een zekerheidsrecht op een onderneming of een assurantieportefeuille worden gevestigd. Tweehuysen concludeert dat het loslaten van het uniciteitsbeginsel geen praktische voordelen zal opleveren.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.I. Kraaipoel

    Mr. B.I. Kraaipoel is advocaat bij RESOR te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Stefan Molin en Gurgen Hakopian
  • Auteursinformatie

    Stefan Molin

    Mr. S.C.H. Molin is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

    Gurgen Hakopian

    Mr. G.R. Hakopian is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Brussel.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Robin Struijlaart, Marc Custers en Marc Wiggers
  • Auteursinformatie

    Robin Struijlaart

    Mr. R.A. Struijlaart werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

    Marc Custers

    Mr. drs. M.G.A.M. Custers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

    Marc Wiggers

    Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
  • Samenvatting

      Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
      Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)

  • Auteursinformatie

    Mr. S.M.M.C. Vinken

    Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

    Mr. drs. M.W.J. Jongmans

    Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid, schending zorgplicht, schending toezichthoudende taken, integriteitsschade, smartengeld
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
  • Samenvatting

      In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2013 tot en met 1 juni 2015. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd: schenden van de zorgplicht, ontoelaatbare gevaarzetting, onbevoegde uitoefening, schenden toezichthoudende taak/bijzondere zorgplicht, gebruik maken van een gebrekkige hulpzaak, niet nakomen protocol, het ontbreken van informed consent en bijzondere vormen van aansprakelijkheid. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en toerekening, in welk kader ook de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade aan bod komen. Andere onderwerpen die in de kroniek worden besproken zijn: de omvang van de schadevergoedingen, onrechtmatige uitlatingen over de hulpverlener en het beroepsgeheim.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. M.J.J. de Ridder

    Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.

Tijdschrift Caribisch Juristenblad
Artikel

De tolk in het strafproces op Aruba

Aanbevelingen voor de wetgever en de praktijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Tolk, Artikel 6 lid 3 sub e EVRM, Artikel 348 lid 1 ASv, Processtukken, Rechtstaal
Auteurs Mr. S.V.V. Paul
  • Samenvatting

      Het recht van een verdachte op kosteloze bijstand van een tolk is van groot belang, aangezien de Arubaanse samenleving zeer multicultureel is en taalbarrières in de rechtszaal frequent voorkomen. Vragen die in dit artikel besproken worden zijn onder andere: wie is een tolk, welke stukken moeten voor de verdachte vertolkt/vertaald worden en vanaf wanneer ontstaat het recht van de verdachte op kosteloze bijstand van een tolk? De conclusie die wordt getrokken is dat de regeling van de kosteloze bijstand van een tolk in artikel 348 lid 1 ASv slechts in beperkte mate voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM. De wetgever is aan zet om dit recht in het nieuwe Wetboek van Strafvordering van Aruba op afdoende wijze te codificeren.

  • Auteursinformatie

    Mr. S.V.V. Paul

    Mr. S.V.V. Paul was onderzoekster bij de vakgroep straf- en strafprocesrecht van de Universiteit van Aruba.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht
Praktijk

Kroniek rechtspraak ACM mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Autoriteit Consument en Markt, beschikkingenpraktijk, concentratiecontrole, kartelverbod
Auteurs Mr. C.T. Dekker en mr. E. Hameleers
  • Samenvatting

      In deze kroniek staat de praktijk van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in de zorgsector in 2013 en 2014 centraal. De besluiten van de ACM in deze periode hadden grotendeels betrekking op concentraties tussen zorginstellingen. Achtereenvolgens worden besproken: de besluiten in het kader van de concentratiecontrole, de beschikkingenpraktijk en rechtspraak met betrekking tot het kartelverbod, misbruik van machtspositie en procedurele aspecten.

  • Auteursinformatie

    Mr. C.T. Dekker

    Cees Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.

    mr. E. Hameleers

    Emma Hameleers is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

De zaak Robert M. in cassatie. De ouders van de slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces: hun verplaatste schade en proceskosten

HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2668, in cassatie op Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Robert M., benadeelde partij, art. 592a Sv, verplaatste schade, slachtoffers
Auteurs Mr. A.H. Sas
  • Auteursinformatie

    Mr. A.H. Sas

    Mr. A.H. Sas is beleidsadviseur juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Tien jaar Verordening (EG) nr. 1/2003: een succesverhaal zonder meer?

Enkele bedenkingen bij de decentralisatie van de handhaving door Verordening (EG) nr. 1/2003

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 1/2003, decentralisatie, evaluatie
Auteurs Laura Parret en Gerard van der Wal
  • Samenvatting

      De auteurs bespreken enkele vernieuwingen van Verordening (EG) nr. 1/2003. In deze bijdrage concentreren zij zich op de decentralisatieaspecten: de invoering van de wettelijke uitzondering en de positie van de rechter enerzijds, en de mechanismen van samenwerking met nationale autoriteiten anderzijds. Bij de bespreking wordt geen exhaustief overzicht nagestreefd maar wordt een stand van zaken opgemaakt in het licht van de zorgen die bij de inwerkingtreding van de verordening werden geuit en de doelstellingen die destijds werden geformuleerd.

  • Auteursinformatie

    Laura Parret

    Mr. L.Y.M. Parret is advocaat en partner bij Houthoff Buruma.

    Gerard van der Wal

    Mr. G. van der Wal is advocaat en partner bij Houthoff Buruma.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
  • Samenvatting

      In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.

  • Auteursinformatie

    Mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

    mr. E.L.H. Mattioli

    Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Naar een nieuw EU-investeringsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden directe buitenlandse investeringen, investeringsbescherming, Transitieverordening, investeringsarbitrage, gemeenschappelijke handelspolitiek
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, Mr. drs. I. Elfilali, Mr. J.M. Luycks e.a.
  • Samenvatting

      Met het Verdrag van Lissabon zijn de directe buitenlandse investeringen onderdeel geworden van de exclusieve competentie van de Europese Unie op het gebied van handelspolitiek (art. 207 VWEU). Dit heeft tot gevolg dat de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten van de lidstaten een onderdeel zijn geworden van de gemeenschappelijke handelspolitiek en daarmee de bevoegdheid van de EU. In dat verband is een nieuwe verordening in werking getreden die de gang van zaken ten aanzien van bestaande en nog door lidstaten te sluiten bilaterale verdragen regelt. Een belangrijk aspect van het nieuwe Europese investeringsbeleid is de invloed die de Europese Commissie bij toekomstige investeringsgeschillen zal kunnen uitoefenen. Dit kan praktische en juridische gevolgen hebben zowel voor de lidstaten, als voor investeerders.Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen – Pb. EU 2012, L 351/40 (Verordening 2012/1219/EU).

  • Auteursinformatie

    Dr. jur. N. Lavranos

    Dr. jur. N. Lavranos is senior adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Mr. drs. I. Elfilali

    Mr. drs I. Elfilali is senior juridisch adviseur bij het Ministerie van Economische Zaken.

    Mr. J.M. Luycks

    Mr. J.M. Luycks is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP.

    Mr. R. Niesink

    Mr. R. Niesink is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel van de auteurs geschreven.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Sancties voor leidinggevenden in het Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden sanctie, leidinggevende, natuurlijke persoon, Mededingingswet
Auteurs Mr. M.M. Slotboom
  • Samenvatting

      Per 1 oktober 2007 heeft de Autoriteit Consument en Markt, toen nog de Nederlandse Mededingingsautoriteit geheten, de bevoegdheid verkregen om voor overtredingen van de Mededingingswet sancties op te leggen aan natuurlijke personen, die tot de overtredingen opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijke leiding hebben gegeven (gezamenlijk ook ‘leidinggevenden’). Hierdoor werd – ongeveer tien jaar na de inwerkingtreding van de Mw – de kring van personen aan wie ACM sancties kan opleggen aanzienlijk uitgebreid. Dit artikel bespreekt de stand van zaken met betrekking tot sanctieoplegging aan leidinggevenden, ongeveer zes jaar na deze uitbreiding.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.M. Slotboom

    Mr. M.M. Slotboom is partner bij VVGB Advocaten/Avocats te Brussel.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, regelgeving, mededingingsafspraken, machtspositie, procedurele aangelegenheden
Auteurs Mr. A.R. Bosman, mr. E. Oude Elferink, mr. R.N.A. Nieuwmeyer e.a.
  • Samenvatting

      In 2012 viel op het gebied van het nationaal mededingingsrecht het nodige te beleven. In deze kroniek passeren de interessantste zaken en ontwikkelingen de revue. Zoals gebruikelijk beperken de auteurs zich tot de bespreking van besluiten van de NMa en zaken die hun oorsprong vinden in een besluit van de NMa of daarmee verband houden.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.R. Bosman

    Mr. A.R. Bosman is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    mr. R.N.A. Nieuwmeyer

    Mr. R.N.A. Nieuwmeyer LL.M (Brugge) is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    Mr. A.P.C. Hazelhoff

    Mr. A.P.C. Hazelhoff is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

De Europese schikkingsprocedure voor kartelzaken

De ervaringen tot nu toe

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europese Commissie, kartels, schikkingen, procedure
Auteurs Mr. A.M. ter Haar
  • Samenvatting

      Dit artikel behandelt de door de Europese Commissie in 2008 geïntroduceerde schikkingsprocedure voor kartelzaken. Op grond van de eerste zes schikkingsbesluiten wordt beoordeeld hoe succesvol de procedure tot nu toe heeft uitgepakt voor de Commissie en voor deelnemende ondernemingen. Hierbij wordt allereerst kort ingegaan op de achtergrond en het verloop van de procedure. Vervolgens komen de voordelen en risico’s voor beide partijen in de procedure aan bod en wordt gekeken hoe deze zich tot nu toe in de praktijk voordoen. Het artikel concludeert positief over de procedure maar wijst op enkele mogelijke verbeterpunten.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.M. ter Haar

    Mr. A.M. (Maurits) ter Haar is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Kartels en concernverhoudingen: extra zorgplicht voor moeders?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden kartelinbreuk, toerekening, boete, concernverhoudingen, mededingingsrecht
Auteurs Mr. S.G.J. Smallegange en mr. L.L. Bremmer
  • Samenvatting

      Een boete voor een kartelinbreuk van een dochteronderneming kan aan een moedermaatschappij worden toegerekend als zij een economische eenheid vormen en de moeder een beslissende invloed uitoefent. De Europese Commissie gaat hierbij uit van een weerlegbaar vermoeden als de moeder 100% van het kapitaal bezit, waarbij de moeder het bewijs moet aandragen dat zij geen beslissende invloed heeft gehad op de dochter. Hoe zit dat bij andere posities van moedermaatschappijen? Bij de beoordeling kijkt de Commissie naar de feiten en omstandigheden van het geval. Overlap in besturen, management en zelfs negatieve zeggenschap kunnen beslissende invloed creëren. De moeder doet er daarom goed aan – voordat zij wordt geconfronteerd met een overtreding – inzichtelijk te hebben of zij als een economische eenheid gezien wil worden.

  • Auteursinformatie

    Mr. S.G.J. Smallegange

    Mr. S.G.J. Smallegange is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

    mr. L.L. Bremmer

    Mr. L.L. Bremmer is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

Toont 1 - 20 van 66 gevonden teksten
« 1 3 4