Zoekresultaten

Zoekresultaat:
147 artikelen
x
Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

Het loon van de vereffenaar ex artikel 4:206 lid 3 BW: is er nog een rekening te vereffenen?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden salaris vereffenaar, voorschot, Recofa-richtlijnen
Auteurs Mr. J.Th.M. Diks en Mr. dr. N. Lavrijssen
  • Samenvatting

      Een door de rechter benoemde vereffenaar heeft op grond van artikel 4:206 lid 3 BW recht op loon dat door de kantonrechter wordt vastgesteld. Over het loon van de vereffenaar en het eventuele voorschot daarop ontstaat met enige regelmaat discussie en bestaat ook nog de nodige onduidelijkheid. In deze bijdrage gaan de auteurs hierop in. Daarbij wordt tevens ingegaan op de Recofa-richtlijnen voor de bepaling van de hoogte van het loon, de positie die een vereffenaar als schuldeiser inneemt en de actie die erfgenamen ter beschikking staat als ze het niet eens zijn met de hoogte van het loon van de vereffenaar. Ook wordt een vergelijking gemaakt met het salaris van de curator in een faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.Th.M. Diks

    Mr. J.Th.M. Diks is advocaat en vereffenaar bij Advocaten Familie- & Erfrecht te Eindhoven en Utrecht en docent bij diverse opleidingsinstellingen. Hij is medeontwikkelaar van en docent bij de Specialisatieopleiding Vereffening Nalatenschappen van Familie- & Erfrecht Instituut Nederland.

    Mr. dr. N. Lavrijssen

    Mw. mr. dr. N. Lavrijssen is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van Advocaten Familie- & Erfrecht te Eindhoven en Utrecht. Zij is tevens als docent en onderzoeker verbonden aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys te Tilburg en ’s-Hertogenbosch.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openConservatrix: afwikkeling van verzekeraars in de praktijk

Lessen uit de Conservatrix-uitspraak en de Wet herstel en afwikkeling verzekeraars

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2019
Trefwoorden verzekeraar, noodregeling, DNB, afwikkeling, bail-in
Auteurs Mr. B. Bierman en Mr. P. Kerckhaert
  • Samenvatting

      Bierman en Kerckhaert onderzoeken de Conservatrix-casus en gaan in op de vraag of er, na de introductie van de Wet herstel en afwikkeling verzekeraars, lessen uit deze zaak zijn te trekken. Uiterst actueel, nu een aantal verzekeraars de afgelopen jaren (bijna) in de problemen is gekomen, meest recent Yarden in oktober 2019.

  • Auteursinformatie

    Mr. B. Bierman

    Mr. B. Bierman is advocaat bij Finnius te Amsterdam en is daarnaast verbonden als visiting faculty aan het Hazelhoff Centre for Financial Law van de Universiteit Leiden.

    Mr. P. Kerckhaert

    Mr. P. Kerckhaert is advocaat bij Finnius te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijkberichten

De Verordening inzake screening van overnames in de EU – de gevolgen voor de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Screening mechanisme, Buitenlandse directe investeringen, FDI, Europese CFIUS
Auteurs Mr. W.M. Kros
  • Samenvatting

      De Verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de EU (Verordening 2019/452) is op 19 maart 2019 aangenomen door het Europees Parlement en zal met ingang van 11 oktober 2020 van toepassing zijn. De Verordening stelt een raamwerk vast waarbinnen de EU-lidstaten en de Europese Commissie samenwerken aan de screening van investeringen van buiten de EU. Alhoewel de EU-lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor het al
      dan niet screenen van foreign direct investments zal de Verordening waarschijnlijk zorgen voor een uitgebreider en langduriger screening proces omdat belangen van betrokken EU lidstaten in overweging genomen moeten worden.

  • Auteursinformatie

    Mr. W.M. Kros

    Mr. W.M. (Wouter) Kros is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Artikel

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden diensten, detailhandel, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman en Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
  • Samenvatting

      Auteurs gaan in op recente jurisprudentie van met name de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de vraag of de haar voorgelegde ruimtelijke voorschriften die economische activiteiten reguleren in overeenstemming zijn met de regels van het vrij verkeer, meer specifiek de vrijheid van vestiging en de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. Zij gaan met name in op de vraag in hoeverre ruimtelijke voorschriften de vestiging van detailhandel kunnen reguleren door middel van brancheringsregelingen (de zaak Appingedam had namelijk betrekking op een brancheringsregeling voor de vestiging van detailhandel). Aan het slot van hun artikel geven zij een doorkijkje naar de toets aan de Dienstenrichtlijn onder het systeem van de Omgevingswet.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman

    Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het Europese recht, en als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen

    Mr. D.S.P. Roelands-Fransen is advocaat en partner bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het omgevingsrecht.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Artikel

Klimaatverandering: zullen we het eens hebben over de feiten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden klimaat, Urgenda, klimaatverandering, emissiereductie
Auteurs Mr. J.M. (Koos) van den Berg
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaat de auteur in op het feitencomplex achter drie elementen uit de Urgenda-uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het gaat om de noodzaak om de temperatuurstijging te beperken tot twee graden, de invloed die Nederlandse emissies op wereldschaal hebben, en de kosten van emissiereducerende maatregelen.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.M. (Koos) van den Berg

    Mr. J.M. van den Berg is advocaat te Amsterdam en trad op namens Urgenda in de klimaat-rechtszaak tegen de Staat der Nederlanden.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De scheidslijn tussen hoofd- en schadestaatprocedure in 7:611-zaken

Een analyse van het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden schadestaatprocedure, bindende eindbeslissing, werkgeversaansprakelijkheid, verzekeringsplicht, art. 7:611 BW
Auteurs Mr. P.E. Bloemendal
  • Samenvatting

      Het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II geeft aanleiding tot een nadere beschouwing van de scheidslijn tussen de hoofd- en schadestaatprocedure in zaken over de 7:611-verzekeringsplicht. Geconcludeerd wordt dat in de hoofdprocedure niet alleen de aansprakelijkheidsgrond, maar steeds ook ten minste een deel van de causaliteit zou moeten worden beoordeeld.

  • Auteursinformatie

    Mr. P.E. Bloemendal

    Mr. P.E. Bloemendal is advocaat bij Dirkzwager legal & tax te Arnhem.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Verbetering van de positie van werknemers in faillissement

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden DA Retailgroep, Smallsteps, adviesrecht ondernemingsraad, medezeggenschap in faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. L. Ecker
  • Samenvatting

      De positie van werknemers in faillissement is recentelijk verbeterd. Dit blijkt onder andere uit de zaken van DA Retailgroep en Smallsteps. In de eerste zaak kende de Hoge Raad een adviesrecht toe aan de ondernemingsraad in faillissement. In de tweede zaak nam het Europees Hof van Justitie aan dat de regels voor overgang van onderneming van toepassing zijn bij een overname na faillissement in een prepacksituatie. In dit artikel worden onder meer beide zaken besproken en ook de mogelijke impact die zij zullen hebben op de positie van werknemers in faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. L. Ecker

    Mr. drs. L.J.H. (Leopold) Ecker is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

Nieuw licht op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel?

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid, asbest, arbeidsrechtelijke omkeringsregel
Auteurs Mr. Veneta Oskam
  • Samenvatting

      Bij beantwoording van de vraag of causaal verband aanwezig is tussen de asbestblootstelling en het ontstaan van mesothelioom, en of ter vaststelling hiervan de arbeidsrechtelijke omkeringsregel moet worden toegepast, is – overeenkomstig de arresten HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van der Wege) en ECLI:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) – van belang dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden niet te onzeker dan wel te onbepaald dient te zijn. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof dat de enkele blootstelling aan asbest onvoldoende is om toepassing te geven aan de omkeringsregel. De in de eerdergenoemde arresten vastgestelde regels gelden ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Ook hier kan het causaal verband te onzeker of te onbepaald zijn wanneer de werknemer ook buiten de werkzaamheden aan asbest blootgesteld is geweest. Daarom komt, gelet op hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte mesothelioom en haar oorzaak, betekenis toe aan (1) de duur en de intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever, en in voorkomend geval (2) de duur en de intensiteit van andere blootstelling(en) aan asbest gedurende de latentieperiode en (3) de verhouding tussen (1) en (2).

  • Auteursinformatie

    Mr. Veneta Oskam

    Mr. V. Oskam is werkzaam als advocaat bij V&A Advocaten te Rotterdam.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
  • Samenvatting

      De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
      Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
      Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
      Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Koning

    Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

    Mr. dr. H.H. de Vries

    Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.

Tijdschrift Contracteren
Praktijk

Het wetsvoorstel franchise: better think twice!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Franchise, Uitleg, Dwaling, NFC
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      Op 12 april 2017 heeft minister Kamp een wetsvoorstel voor de wettelijke verankering van de franchisecode in internetconsultatie gebracht. De schrijvers bespreken dit wetsvoorstel kritisch en menen dat het wetsvoorstel inhoudelijk de toets der kritiek niet kan doorstaan. De wetgever wordt opgeroepen een meer doordacht wetsvoorstel te concipiëren.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. H.N. Schelhaas

    Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Tijdschrift Caribisch Juristenblad
Artikel

Enkele opmerkingen over de invoering van de Curaçaose Landsverordening inzake concurrentie en de instelling van een Curaçaose mededingingsautoriteit

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, mededingingsautoriteit, Landsverordening Concurrentie, Fair Trade Authority Curaçao, handhaving
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat het Curaçaose mededingingsrecht centraal. Er zal worden stilgestaan bij (i) de achtergronden voor invoering van de Landsverordening Concurrentie op Curaçao en de vraag in hoeverre kleinere jurisdicties als die van Curaçao (überhaupt) regels nodig hebben die de economische mededinging reguleren en aan banden leggen, (ii) de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de Landsverordening Concurrentie en de Nederlandse Mededingingswet en (iii) de vraag hoe de publiek- en privaatrechtelijke handhaving van de nieuwe landsverordening eruit zal (kunnen gaan) zien.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. P.S. Bakker

    Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De auteur dankt mr. S. Tuinenga en prof. mr. L.J.J. Rogier voor hun advies en commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Dit artikel is, in iets gewijzigde vorm, eerder verschenen in het tijdschrift Markt & Mededinging (M&M 2017, afl. 4).

Tijdschrift RegelMaat
Artikel

Een kijkje in de kaarten van de wetgever: de moeizame ontwikkeling naar een werkelijk transparant en toegankelijk wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden transparantie wetgevingsproces, participatie, legitimiteit
Auteurs Prof. dr. W.J.M. Voermans
  • Samenvatting

      Het kabinet heeft, blijkens een recente brief over de transparantie van wetgeving, transparantie van het wetgevingsproces hoog in het vaandel. In dit artikel loop ik een aantal ontwikkelingen in eigen land en in andere landen langs die het verhogen van de transparantie van het wetgevingsproces tot doel hebben. De bijdrage laat zien dat transparantie van het wetgevingsproces geen doel op zich is, het is slechts een middel om de toegankelijkheid van het wetgevingsproces – en dat dan in termen van de mogelijkheden om goed geïnformeerd te kunnen meeweten, meedenken en wellicht zelfs op enigerlei wijze deel te kunnen nemen aan de beslissingen (participatie) – te borgen of te verhogen. Voor het draagvlak – de legitimiteit – van wettelijke regels zijn transparantie en de daardoor mogelijk gemaakte participatie van burgers (rechtstreeks of via hun vertegenwoordigers) van groot belang. Het artikel concludeert met de vaststelling dat het Nederlandse wetgevingsproces niet erg transparant is in de zin dat het buitenstaanders buiten de kring van de wetgevingsactoren zelf actief uitnodigt tot het deelnemen aan het debat over de beleidsvorming via wetgeving. De voornemens uit de brief van het kabinet veranderen daar niet veel aan.

  • Auteursinformatie

    Prof. dr. W.J.M. Voermans

    Prof. dr. W.J.M. (Wim) Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en Wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Publiekrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van diezelfde universiteit.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De relativiteit van wettelijke normen en de toepassing van de vereisten van causaliteit, relativiteit en toerekening bij de onrechtmatige overheidsdaad

Bespreking van de proefschriften van mr. P.W. den Hollander en mr. L. Di Bella

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden relativiteitsvereiste, correctie Langemeijer, causaliteit, toerekening naar verkeersopvattingen, onrechtmatige overheidsdaad
Auteurs Mr. R. Meijer
  • Samenvatting

      In deze (dubbel)recensie worden de proefschriften besproken van Di Bella (De toepassing van de vereisten van causaliteit, relativiteit en toerekening bij de onrechtmatige overheidsdaad) en Den Hollander (De relativiteit van wettelijke normen). Hoewel de auteur het niet op alle onderdelen eens is met de bevindingen, is hij van oordeel dat beide proefschriften het debat over relativiteit en, in het geval van Di Bella, overheidsaansprakelijkheid, onmiskenbaar verder hebben gebracht.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Meijer

    Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER CITTEUR te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Aansprakelijkheid van medebezitters: een beschouwing van de Hangmat-jurisprudentie en een onderzoek naar haar reikwijdte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Hangmat-jurisprudentie, medebezitter, aansprakelijkheid, opstal, dieren
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
  • Samenvatting

      Volgens de Hoge Raad zijn medebezitters van gebrekkige opstallen ook jegens elkaar aansprakelijk. Recentelijk oordeelde de Hoge Raad dat zo’n aansprakelijkheid niet geldt voor medebezitters van dieren. De auteur bespreekt en becommentarieert beide arresten. Verder onderzoekt de auteur wat de uitkomst zal zijn bij roerende zaken en bij medebedrijfsuitoefenaars.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. P.A. Fruytier

    Mr. drs. P.A. Fruytier is (cassatie)advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Online diensten over de grens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Online content diensten, digital single market, grensoverschrijdende portabiliteit, auteursrecht, geo-blocking
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser en Mr. P. J. Kreijger
  • Samenvatting

      Op 9 december 2015 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een ‘Verordening betreffende de grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt’.1xCOM(2015) 627 final, Brussel, 9 december 2015. Consumenten in de EU krijgen recht op toegang tot de online content waar ze in hun eigen land een abonnement op hebben, wanneer ze tijdelijk in een ander EU-land verblijven. Dit voorstel, dat vermoedelijk snel zal worden goedgekeurd en in werking zal treden, wordt in deze bijdrage besproken.
      COM(2015) 627 final), Brussel, 9 december 2015

    Noten

    • 1 COM(2015) 627 final, Brussel, 9 december 2015.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. D.J.G. Visser

    Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is advocaat in Amsterdam en hoogleraar in Leiden.

    Mr. P. J. Kreijger

    Mr. P. J. (Paul) Kreijger is advocaat in Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Stefan Molin en Gurgen Hakopian
  • Auteursinformatie

    Stefan Molin

    Mr. S.C.H. Molin is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

    Gurgen Hakopian

    Mr. G.R. Hakopian is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Brussel.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Robin Struijlaart, Marc Custers en Marc Wiggers
  • Auteursinformatie

    Robin Struijlaart

    Mr. R.A. Struijlaart werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

    Marc Custers

    Mr. drs. M.G.A.M. Custers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

    Marc Wiggers

    Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het Schrems/Facebook-arrest en de gevolgen voor internationale doorgifte

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, internationale doorgifte, Safe Harbour, artikel 8 Handvest, Privacy Shield
Auteurs Mr. O.L. van Daalen
  • Samenvatting

      De overdracht van persoonsgegevens naar de Verenigde Staten vond tot voor kort plaats op basis van de zogenoemde Safe Harbour-beschikking. Het Hof heeft die beschikking een paar maanden geleden ongeldig verklaard. Dit is een uitspraak met serieuze gevolgen voor de doorgifte van persoonsgegevens buiten Europa en voor privacybescherming in het algemeen. Wat is de redenering van het Hof van Justitie en wat zijn de gevolgen?
      HvJ 6 oktober 2015, zaak C-362/14, Facebook/Schrems, ECLI:EU:C:2015:650

  • Auteursinformatie

    Mr. O.L. van Daalen

    Mr. O.L. (Ot) van Daalen is onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam en advocaat te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Artikel

Rechtsbescherming onder de Omgevingswet: op een gelijkwaardig niveau?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, rechtsbescherming, omgevingsplan, omgevingsvergunning, projectbesluit
Auteurs Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman
  • Samenvatting

      Een van de ontwerpprincipes van de Omgevingswet is dat de rechtsbescherming op een gelijkwaardig niveau blijft. In dit artikel wordt toegelicht hoe de rechtsbescherming voor de verschillende instrumenten is geregeld in de Omgevingswet en wat er verandert ten opzichte van de huidige situatie. De vraag is daarbij niet alleen of de mogelijkheden tot rechtsbescherming gelijkwaardig zijn, maar ook of die mogelijkheden gelijkwaardig zijn voor de diverse spelers binnen het omgevingsrecht. Daarbij zijn in ieder geval het bestuursorgaan, de initiatiefnemer (aanvrager) en de derde-belanghebbende te onderscheiden.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman

    Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman is advocaat bij Holla Advocaten te Den Bosch.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

De uitgangspunten toezicht eerstelijnszorg in een context

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden eerstelijnszorg, ACM, zorgaanbieders, handhaving, toezicht
Auteurs Weijer VerLoren van Themaat en Mattijs Bosch
  • Auteursinformatie

    Weijer VerLoren van Themaat

    Mr. I.W. VerLoren van Themaat is partner en advocaat bij Houthoff Buruma.

    Mattijs Bosch

    Mr. M.K.M. Bosch is advocaat bij Houthoff Buruma.

Toont 1 - 20 van 147 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8