Zoekresultaten

Zoekresultaat:
1866 artikelen
x
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openDe relativiteit van een energielabel: EnergyClaim/Staat

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden relativiteitsvereiste, overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid, rechten toekennen aan particulieren, energielabel
Auteurs Mr. R. Meijer
  • Samenvatting

      Dit artikel bespreekt het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2017 waarin de vorderingen van de Stichting EnergyClaim tegen de Nederlandse Staat tot schadevergoeding wegens een onjuiste implementatie van het Unierecht op het gebied van het verplichte energieprestatiecertificaat zijn afgewezen. De afwijzing van de vorderingen door het hof is met name gebaseerd op het Europese en Nederlandse relativiteitsvereiste. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij dit oordeel.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Meijer

    Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER CITTEUR te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Een eerste stap in de implementatie van de herziene Aandeelhoudersrichtlijn

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden aandeelhoudersrechten, beloningsbeleid, transparantie, langetermijnbetrokkenheid, corporate governance
Auteurs Mr. T.C.A. Dijkhuizen
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat het door de wetgever gepubliceerde Voorontwerp ter implementatie van de Aandeelhoudersrichtlijn, alsmede de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders centraal. De auteur besteedt hierbij ook aandacht aan enige consultatiereacties van diverse Nederlandse stakeholders.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.C.A. Dijkhuizen

    Mr. T.C.A. Dijkhuizen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van Universiteit Leiden.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Artikel

Dienstenrichtlijn 2.0: bestemming bereikt?

Een analyse van het arrest Visser Vastgoed/Appingedam

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Verdrag, Europees recht, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
  • Samenvatting

      Auteur bespreekt de antwoorden van het Hof, analyseert de gevolgen en beziet tot welke nieuwe juridische vraagstukken deze (kunnen) leiden. Daarbij richt zij zich met name op de gevolgen voor de systematiek van de vrijheden op de interne markt en de doorwerking hiervan in het nationale recht.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman

    Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Artikel

Dienstenrichtlijn en bestemmingsplan

Over een ‘goede ruimtelijke ordening’ en de ‘twijfel aan de juistheid’-toets

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, ruimtelijke ordening, bestemmingsplan
Auteurs Prof. mr. A.G.A. (Tonny) Nijmeijer
  • Samenvatting

      In zijn bijdrage gaat de auteur in op een tweetal vragen: (1) Strookt het Nederlandse criterium ‘goede ruimtelijke ordening’ van artikel 3.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening met het in de Dienstenrichtlijn opgenomen verbod op het hanteren van economische criteria voor de toelating en het verrichten van diensten? (2) Wat betekenen de in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn opgenomen eisen, met name de eis van evenredigheid, voor de motivering van een bestemmingsplan en de rechterlijke toetsing?

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. A.G.A. (Tonny) Nijmeijer

    Prof. mr. A.G.A. Nijmeijer is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan Hekkelman advocaten in Nijmegen. Hij is tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Gelderland.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Artikel

De gevolgen van het arrest ‘Visser Vastgoed’ op de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, Vlaams recht, Handelsvestigingsbeleid, bestemmingsplanM
Auteurs Mr. I. (Isabelle) Larmuseau en Mr. M. (Matthias) Strubbe
  • Samenvatting

      Auteurs geven aan dat de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest twee niveaus kent: (1) het vergunningenniveau, hetgeen betekent dat voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten, boven bepaalde drempels, een omgevingsvergunning is vereist; (2) het ruimtelijk planniveau, hetgeen betekent dat ruimtelijke ordeningsplannen beperkingen op kleinhandel kunnen bevatten om ruimtelijke redenen of met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het integraal handelsvestigingsbeleid. Zij gaan in op het Decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en op de mogelijke gevolgen van het Hofarrest voor Vlaamse besluitvorming ten aanzien van plannen en vergunningen.

  • Auteursinformatie

    Mr. I. (Isabelle) Larmuseau

    Mr. I. Larmuseau is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge. Zij is tevens docent omgevingsrecht aan de KU Leuven en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht.

    Mr. M. (Matthias) Strubbe

    Mr. M. Strubbe is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.S.J.M. van Gangelen

    Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

    Mr. G.H Gispen

    Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De betekenis van decharge voor stichtingbestuurders en -toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden decharge, stichting, raad van bestuur/stichtingbestuurders, raad van toezicht/toezichthouders, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M. de Jong
  • Samenvatting

      Dit artikel neemt decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders onder de loep. Allereerst komt decharge bij vennootschappen (NV en BV) en de betekenis daarvan aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de wijze waarop stichtingen in de praktijk (kunnen) omgaan met decharge en de betekenis die daaraan kan worden toegekend. Afgesloten wordt met enkele suggesties over hoe de praktijk kan omgaan met decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders. Ik kom tot de conclusie dat voor stichtingen een wettelijke bepaling zoals voor de NV en BV in combinatie met (statutaire) modelregelingen tekort zal schieten. Het verdient mijns inziens aanbeveling om een algemene wettelijke bepaling over decharge op te nemen in het algemeen deel van Boek 2 BW.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Jong

    Mr. M. de Jong is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
  • Samenvatting

      Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.R. van der Zee

    Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

Vergeving bij onwaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden onwaardigheid, vergeven, ondubbelzinnig, verval, artikel 4:3 BW
Auteurs Mr. M. de Vries
  • Samenvatting

      In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt van vijftien jaar ondubbelzinnige vergeving in het erfrecht. Ondubbelzinnige vergeving moet volgens de wetgever niet te lichtvaardig worden aangenomen. Een enkel stilzitten na kennisneming van de grond der onwaardigheid is bijvoorbeeld onvoldoende. Ondubbelzinnig betekent echter niet dat de vergeving expliciet moet geschieden. De vergeving kan ook worden afgeleid uit gedragingen of verklaringen van de erflater. Hierbij valt te denken aan het uitspreken van de wens tot hereniging of de benoeming van de onwaardige tot erfgenaam. Is voor de notaris niet duidelijk of sprake is van vergeving, dan is het advies aan te sturen op de benoeming van een vereffenaar.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Vries

    Mr. M. de Vries is werkzaam bij Noordhof advocatuur te Groningen.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

De aanwijzing aan de vereffenaar op grond van artikel 4:210 lid 1 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwijzing, instructie, kantonrechter, artikel 4:210 BW, vereffenaar/vereffening
Auteurs Mr. S.R. Baetens
  • Samenvatting

      Op grond van artikel 4:210 BW kan de kantonrechter of benoemde rechter-commissaris aan de vereffenaar aanwijzingen geven, die deze dient op te volgen. In de praktijk wordt nog tamelijk weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid de kantonrechter om een aanwijzing of instructie voor de vereffenaar te verzoeken. In dit artikel gaat de auteur in op de mogelijkheden van artikel 4:210 BW voor de kantonrechter, de vereffenaar en de belanghebbenden. Daarbij wordt aandacht besteed aan de ambtshalve aanwijzing, de vraag wie in welke situaties om een aanwijzing aan de vereffenaar kan verzoeken, en wat de status van die aanwijzing is. Voorts wordt ingegaan op de procedurele aspecten van het verzoek om een aanwijzing.

  • Auteursinformatie

    Mr. S.R. Baetens

    Mr. S.R. Baetens is advocaat en vFAS-scheidingsmediator bij SCG Advocaten te Eindhoven.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Invulling van de norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, notaris, zorgplichten, bewijs
Auteurs Mr. H.J. Delhaas en Mr. L.C. Dufour
  • Samenvatting

      De norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen, wordt aan de hand van vijf zorgverplichtingen besproken: de onderzoeksplicht, de wilscontrole, de informatieplicht, de bijzondere waarschuwingsplicht en de zorgplicht ten opzichte van derden. Hoe worden deze normen in de rechtspraak toegepast?

  • Auteursinformatie

    Mr. H.J. Delhaas

    Mr. H.J. Delhaas is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.

    Mr. L.C. Dufour

    Mr. L.C. Dufour is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Inbezitneming van beperkte zakelijke genotsrechten

Is verkrijging door extinctieve verjaring (ex art. 3:105 BW) van nimmer gevestigde beperkte zakelijke genotsrechten in de praktijk mogelijk?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden inbezitneming, ondubbelzinnig bezit, erfdienstbaarheid, opstal, erfpacht
Auteurs Mr. L. van Egteren
  • Samenvatting

      Verkrijging door extinctieve verjaring van beperkte zakelijke genotsrechten door middel van inbezitneming is een onderwerp waarover verwarring en onzekerheid bestaat. Is dit in de praktijk eigenlijk wel mogelijk? Deze bijdrage beschrijft de (on)mogelijkheden waaronder het recht van erfdienstbaarheid, het recht van opstal en het recht van erfpacht door middel van louter inbezitneming kunnen worden verkregen.

  • Auteursinformatie

    Mr. L. van Egteren

    Mr. L. van Egteren is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Zekerheidsrechten vanuit rechtseconomisch perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden zekerheidsrechten, rechtseconomie
Auteurs Mr. R. Bloemink
  • Samenvatting

      Dit artikel gaat in op de rechtseconomische rechtvaardiging voor de beschikbaarheid van zekerheidsrechten. Op basis van rechtseconomische inzichten wordt een aantal veelgebruikte argumenten voor de beschikbaarheid van (ruime) zekerheidsrechten ter discussie gesteld. Tegelijk wordt een drietal alternatieve argumenten voor de beschikbaarheid van ruime en gemakkelijk te vestigen zekerheidsrechten naar voren gebracht, bestaande uit het transparantieaspect, het exclusiviteitsaspect en het verruimingsaspect.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Bloemink

    Mr. R. Bloemink is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Schade begroten met plussen en minnen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebeperkingsplicht, eigen schuld, voordeelstoerekening, voordeelsverrekening
Auteurs Mr. J.B.R. Regouw
  • Samenvatting

      Aan de hand van rechtspraak van de Hoge Raad wordt besproken hoe de rechtsfigurent schadebegroting, schadebeperkingsplicht (eigen schuld) en voordeelstoerekening met elkaar samenhangen. De auteur betoogt dat zowel benutte als onbenutte vrijgekomen verdiencapaciteit relevant is voor de omvang van de vergoedbare schade bij onrechtmatige daad of wanprestatie.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.B.R. Regouw

    Mr. J.B.R. Regouw is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openEen redelijke uitkomst als leidraad voor afbakening van de Peeters/Gatzen-vordering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden insolventierecht, Peeters/Gatzen-vordering, schuldeisersbenadeling, Rosbeek-arrest, redelijkheidstoets
Auteurs Mr. P.J. Hooghoudt en Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh
  • Samenvatting

      De auteurs bespreken naar aanleiding van het recente Rosbeek-arrest enkele onduidelijkheden over de aard en reikwijdte van de Peeters/Gatzen-vordering en betogen dat een redelijkheidstoets wenselijk is als (deel)criterium of leidraad voor toekenning van instellingsbevoegdheid daarvan aan de curator.

  • Auteursinformatie

    Mr. P.J. Hooghoudt

    Mr. P.J. Hooghoudt is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

    Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh

    Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
  • Samenvatting

      De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
      Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
      Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
      Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Koning

    Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

    Mr. dr. H.H. de Vries

    Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Access_openFollow-on schadeclaims wegens schending van het mededingingsrecht: van law in the books naar law in action

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Kartelschade, Richtlijn schadeclaims wegens mededingingsinbreuken, Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving, Passing-on verweer, Voordeelstoerekening
Auteurs Mr. dr. R. Meijer
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaat de auteur in op een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van de private handhaving van het mededingingsrecht. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de nieuwe wettelijke bepalingen als gevolg van de implementatie van de richtlijn inzake schadeclaims wegens mededingingsinbreuken alsmede enkele noemenswaardige ontwikkelingen in de jurisprudentie op het gebied van kartelschade.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. R. Meijer

    Mr. dr. R. Meijer is advocaat te Amsterdam.

Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Nog een update rechtspraak over het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Concurrentiebeding, Franchisegever, Franchisenemer
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
  • Samenvatting

      Geschillen tussen franchisegevers en franchisenemers over postcontractuele non-concurrentiebedingen in de franchiseovereenkomst blijven met de nodige regelmaat terugkomen in de rechtspraak. Dat is ook niet verwonderlijk, omdat het antwoord op de vraag of een ex-franchisenemer al dan niet gebonden is aan een dergelijk beding aanzienlijke gevolgen kan hebben voor zowel de ex-franchisenemer zelf als de franchisegever en de andere franchisenemers. In dit artikel wordt een samenvatting gegeven van recente jurisprudentie.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.H. Kolenbrander

    Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.

Tijdschrift Contracteren
Contracten maken

Het eenzijdig wijzigingsbeding in de franchiseovereenkomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Franchise, Formulewijziging, Wijzigingsbeding, Franchiseovereenkomst
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
  • Samenvatting

      De vraag of de franchiseformule door de franchisegever gewijzigd zou mogen worden, en in hoeverre, kan een bron van conflicten zijn. Bij de beoordeling gaat het om de formulering van het wijzigingsbeding, de wijziging zelf en overige omstandigheden. Tegen deze achtergrond wordt in deze bijdrage bezien welke factoren van belang kunnen zijn bij een toelaatbaar beroep van een franchisegever op een beding in een franchiseovereenkomst tot eenzijdige wijziging van de franchiseformule.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.W. Dolphijn

    Mr. A.W. Dolphijn is advocaat te Rotterdam bij Ludwig & Van Dam advocaten.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen

Bespreking van het proefschrift van mr. F.G.K. Overkleeft

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden aandeelhouder, beursvennootschap, algemene vergadering, onderneming
Auteurs Mr. B. Kemp
  • Samenvatting

      Naast een beschrijving van het proefschrift van Overkleeft wordt stilgestaan bij een aantal specifieke onderdelen, waaronder de ontwikkeling van het karakter van de kapitaalvennootschap en recente ontwikkelingen.

  • Auteursinformatie

    Mr. B. Kemp

    Mr. B. Kemp is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en universitair docent privaatrecht aan Maastricht University.

Toont 1 - 20 van 1866 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50